Leutherweg 197
5915 CG Venlo
Telefoon: 077-3516307
Email: info@taalenlent.saam.nl
Website: www.taalenlent.saam.nl
Visie op cultuureducatie: Cultuur kom je overal tegen in de maatschappij. Het is verweven in alles wat we doen. Het is leerstof die je bij alle vakken dus ook expliciet en/ of impliciet aan de orde kunt stellen. Naast de filosofie is ook de onderwijsvorm van belang. De school wil de kinderen een programma aanbieden waarin de diverse vaardigheden van makkelijk naar moeilijk zijn geordend. Dat wil zeggen een programma aanbieden dat cursorisch van opzet is vanaf groep 1. Cultuureducatie moet een weerslag hebben op de rest van het leven van de kinderen. Kinderen moeten geïnteresseerd raken in cultuur. De kinderen komen zo in contact met interessante onderwerpen die hen stimuleren om zich er verder in te verdiepen. Bij alle cultuuronderwijs is het mogelijk om coöperatief leren, vorm te geven. Samen komen tot een bevredigend resultaat, samen verantwoordelijk voor het proces. Op dit moment maakt de school aan het begin van het schooljaar een keuze uit het aanbod dat door diverse instellingen wordt gedaan. Hierin zit geen logische volgorde. De keuze wordt vooral bepaald door de voorkeur van de leerkracht. Iets waarvan hij of zij denkt dat “dat wel leuk” zal zijn voor de kinderen, wordt gekozen. Er bestaat geen verantwoorde verdeling over: Cultureel erfgoed, Drama, Beeldende vorming, Literatuur, Dans en Muziek.
Cultureel erfgoed: Het bezoek aan diverse musea en het aanhaken of meedoen aan activiteiten anderszins is willekeurig. De enige lijn die erin zit zijn de thema’s die op school worden uitgewerkt. De piramidethema’s in groep 1 t/m 4 kennen een cyclus van 2 jaren, echter door aan te sluiten bij de actualiteit bestaat er geen garantie, dat elke 2 jaren dezelfde thema’s aan bod komen.
De thema’s in de bovenbouw worden jaarlijks in het najaar bepaald door de themagroep die zich daarmee bezig houdt. In de bovenbouw geven de methodes voor wereldoriëntatie enigszins richting aan het aanbod inzake het cultureel erfgoed.
Tijdens vieringen presenteren moeders een enkele keer eten uit hun eigen land inzake integratie en het kennismaken met andere culturen :
De school heeft “de halve wereld” op school, maar maakt slechts gebruik van hetgeen in de methode Trefwoord, en bij geschiedenis en aardrijkskunde wordt aangeboden.
Drama:
Rondom feesten als Sinterklaas, Kerst, Vasteloavend, einde schooljaar worden soms wat acts opgevoerd. Er bestaat geen leerlijn voor drama.
Het bezoeken van theatervoorstellingen is afhankelijk van het aanbod van de Maaspoort en Zienenzo. Theater bezoek is een vast onderdeel van het programma in de groepen. Beeldende vorming:
Weliswaar wordt er veel aandacht besteed aan handvaardigheid en tekenen , maar een gerichte aanpak voor het aanleren van vaardigheden is er niet. Het accent ligt voornamelijk op leuk bezig zijn.
Vier keer per jaar wordt groepsoverstijgend gewerkt op zogenaamde crea -dagen. Met behulp van ouders kunnen kinderen in diverse ateliers werken. Ze mogen zelf een keuze maken uit de aangeboden activiteiten. Literatuur:
Van kleins af aan komen de kinderen in aanraking met interessante verhalen en boeken. Bezoek aan de bibliotheek past binnen de aangeboden thema’s. Dagelijks worden er (prenten)boeken voorgelezen. Ėėn keer per jaar is er een voorleesweek, die uitmondt in het voorleesontbijt. De kinderen uit de groepen 7 en 8 lezen elke week voor bij de onderbouw.
Door de taal- en leesmethode komen de kinderen elke week in contact met allerlei soorten verhalen en schrijvers. Ze leren van elkaar door de boekpresentaties die elke week worden gehouden. Er is sprake van een methodische opbouw.
Ėėn keer in de twee weken komt op maandag de bibliobus naar de school. De kinderen die dat willen, zoeken onder begeleiding boeken uit. Om het aanbod voor de kinderen boeiend te houden worden voor elke groep bij de bibliotheek boekenpakketten besteld die twee maanden in de groep rouleren en vervolgens worden ververst.
De kinderen vanaf groep 3 krijgen leesboeken mee als huiswerk.
Elk jaar wordt actief meegedaan met het thema van de Kinderboekenweek.
Een en ander zou kunnen worden aangevuld doordat er een schrijver op school wordt uitgenodigd en deelname aan de nationale voorleeswedstrijd en de kinderjury. Dans:
Dans is een onontgonnen gebied. Hooguit met Vastelaovend wordt er iets gedanst.
In de onderbouw worden zo nu en dan wat loop en springliedjes gedaan.
In groep 6 worden incidenteel een aantal danslessen gegeven door een gastdocent van Kunstencentrum Venlo. Muziek:
In groep 7 en 8 wordt aan muziekbeschouwing gedaan. Het betreft hier vooral Engelstalige hedendaagse muziek die bij de kinderen in de belangstelling staat.
In groep 3 wordt gewerkt met de methode “Muziek moet je doen”.
Tijdens handenarbeid en tekenlessen wordt in sommige groepen muziek gedraaid die door de kinderen is meegebracht.
Afgezien van het gebied literatuur, is er op school sprake van het “komen en gaan” scenario. De school maakt vooral een keuze uit het aanbod van de omgeving. Met de Openbare bibliotheek worden de thema’s en de projectcollecties in het begin van het schooljaar vastgesteld.De school wil vooral voldoen aan de Kerndoelen.
Schoolbreed zijn er per jaar vier crea -middagen. Workshops over interculturele zaken worden hierin gekoppeld aan techniek. De leerkrachten vullen deze workshops samen met ouders in. Er is een werkgroep crea. Hier zitten geen ouders in, deze leveren wel hand en spandiensten. De school werkt sterk aan de integratie tussen wijk en school.
Belangrijk is vooral het “laten beleven”. Beleven is een onderdeel van de manier van werken, het hoort bij de school en is een onderdeel van de visie.
Groep 1 en 2 willen meer gaan aansluiten bij de thema’s.
Er is een werkgroep “Thema”, die zich bezig houdt met de koppeling tussen thema’s en cultuur. De school wil meer gaan werken vanuit hun eigen vraag en aansluiten bij de methodes van de school.
De kaders liggen de kaders nog niet vast. Er wordt nog niet doelgericht ingezet. De school weet niet of ze dit wel wil. Dit is een kwestie van ervaren, ieder jaar evalueren en bijstellen.
Stappenplan:
Voor het inrichten van een rijke leeromgeving heeft de school een cultuurklapper samengesteld:
De leerkrachten houden in steekwoorden elke week bij welke onderdelen van cultuur aan bod zijn gekomen een en ander aan de hand van hun lesvoorbereidingen.
Deze onderdelen geordend en geïnventariseerd. Per discipline ontstaat zo een overzicht van wat in welke groep wanneer wordt gedaan. Daardoor is het mogelijk om de activiteiten op school goed op elkaar af te stemmen en te komen tot authentieke uitdagende leersituaties in een rijke leeromgeving.
Bezoeken aan musea e.d. passen dan binnen deze opzet en zijn geen meer ad hoc gebeurtenissen meer.
Borging:
Het is belangrijk dat de borging van cultuureducatie gegarandeerd wordt. De attitude van de leerkrachten van de school is hier zeer belangrijk in. Als de leerkrachten het leuk vinden om te werken met een bepaald cultuur”programma” zullen zij eerder geneigd zijn daar uitvoering aan te geven. Cultuur in het onderwijs moet een tweede natuur worden.
Activiteit |
Groep(en) |
Datum |
Tijd |
|---|